donderdag 24 december 2015

Jack Kerouac

New York, 23/8/2015 – We fietsen door Greenwich Village, iconische wijk die vooral op mijn netvlies gebrand staat als wieg van muzikaten als Bob Dylan en Jimmy Hendrickx. Om er maar twee te noemen. The Village was voor beiden de plaats waar ze somebodies werden… Ik probeer de zwart-wit-beelden in mijn hoofd te matchen met de gevels waar we voorbijrijden. Ik herken alleen de Stonewall Inn in Christopher Street, waar de Stonewall riots in de sixties hebben geleid tot meer gay rights. De flarden Kerouac die ik me voor de geest haal, zijn hier niet te vinden. De beatniks zijn al lang weg. Greenwich Village is ten prooi gevallen aan gentrification. Bohemiens vestigen zich tussen het gewone volk in een aftandse wijk, die daardoor aandacht en opwaardering krijgt. Daarna stijgen de huizenprijzen en komen de rijken en maken er hun eigen getto van, waar alleen nog toeristen zoals ik zich vergapen aan wat er niet meer is en veel te veel betalen voor een slappe koffie. Ook New York University zit in the Village. Als we in University Place rijden (het is een straat en geen place), zien we een onverklaarbaar tafereel. Op de stoep zit op een bureaustoel een onmiskenbaar dronken zwarte man te slapen, één voet geschoeid, de andere bloot. In zijn linkerhand een witte sok, op de grond naast hem staat zijn andere schoen. Naast hem ook een blad met een stuk tape, de tekst naar de grond gekeerd. Is dit een dronken student of een gedrogeerde sukkelaar? Ik zal het nooit weten. 

University Place, Greenwich Village (FDC)

woensdag 23 december 2015

Red Star

New York, 23/8/2015 – Na Israël woont in de States de grootse Joodse gemeenschap in de wereld. Amerikaanse Joden zijn bijna allemaal Ashkenazi, letterlijk ‘Duitse Joden’, die na de diaspora in Centraal en Oost-Europa terechtkwamen. In het Red Star Line Museum in Antwerpen kan je zien hoe een enorme emigratiegolf  vanaf 1880 vanuit Duitsland en Oost-Europa op gang kwam. Maar ongeveer 2% van de Amerikaanse bevolking is Joods, door religie of afkomst. Toch heeft die minderheid een enorme impact gehad op de ontwikkeling van het land. Denk alleen maar aan Albert Einstein, Barbara Streisand, Henry Kissinger, Bob Dylan, Noam Chomsky, Steven Spielberg en Mark Zuckerberg. In New York leven anderhalf miljoen Jewish Americans. We fietsen langs de Franklin Roosevelt Drive en een Joods gezin in traditionele kleding loopt voor ons uit, vlak bij de viermaster ‘Peking’, een schip dat in 1911 in Hamburg werd gebouwd. Misschien zijn de voorouders van de kindjes met hun pijpenkrullen wel vanuit die Hanzestad naar Amerika uitgeweken… of misschien toch uit Antwerpen?

Jewish Americans on a Sunday stroll (FDC)

dinsdag 22 december 2015

Freerunning

New York, 23/8/2015 – ‘Niets saaier dan het platteland’, zei een goeie vriend van mij ooit. ‘Ken je één goed idee dat aan het brein van een eenzame buitenmens is ontsproten?’, voegde hij eraan toe. De baarmoeder van de ideeën is dus de stad. Daar komen veel mensen samen en die moeten van alles bedenken om elkaar de kop niet in te slaan op die beperkte oppervlakte…  Appartementen, want in huizen kan te weinig volk. Voetpaden, want je moet de paardenkarren scheiden van de voetgangers. Rioleringen, want anders gaat het stinken. En regels, véél regels. Als dat er allemaal is, denkt de stadsmens na over kunst, politiek en filosofie. De stadsmens verveelt zich gauw. Hij wil musea en theater, af en toe een concert of een voetbalmatch. Sport spruit eveneens voort uit verveling, want een buitenmens kruipt na gedane arbeid snel in zijn alkoof. Hij heeft geen tijd om spelletjes te bedenken. New York echter is één groot circus, waarin de artiesten overdag moeiteloos het geld van de straten scheppen om zich daarna zinledig bezig te houden met joggen en fietsen. De meer getalenteerden met MBX’en, slacklining en freerunning. Liefst met een GoPro op de borst of het hoofd. Een groepje freerunners kruist ons pad op zondag. Vier mannen ‘all muscle and nerve’ en één bevallig meisje met een inkijk die in Amerikaanse tv-series normaal met zwart wordt overplakt. Een paar minuten later zal ze zich flikflakkend over de straatstenen voortbewegen…  Wij staren bewonderend, maar de New Yorkers genieten van hun zondagsrust en kuieren emotieloos voorbij de zoveelste excentriekelingen in hun circus.
Freerunners op de fiets op zoek naar thrills (FDC)


New York is our gym (FDC)

vrijdag 13 november 2015

Grandmaster Flash

New York – 23/8/2015 –  Bij Central Park staan sandwichmen die proberen fietsen te verhuren. Meestal studenten of arme sloebers naar wie het fortuin de nek heeft toegekeerd. Ik spreek met een zwarte sympathieke kerel die ons de prijs en de regels uitlegt. ‘Never accept a first offer’ denk ik, maar onze vriend is snel en scheert al een flink stuk van de prijs. Samen met Karin V volgen we hem naar de shop. Ondertussen zetten we een boompje op. ‘Ah, you are from Belgium’. Volgt de small talk over chocolate, beer en waffles … ‘Where are you from?’ ‘Oh, I am from the Bronx’. Ik zeg, ‘Ah the cradle of Grandmaster Flash’. ‘You know GMF? Well you’re my man, you’re my man.’ Ik zing, ‘It's like a jungle sometimes, It makes me wonder how I keep from goin' under’. Niks kan nog stuk tussen ons en we hebben een goed gesprek over de pioniers van de rap maar ook over soul en Isaac Hayes. Ik vraag nog snel of er in the Bronx iets te beleven valt. 'No man, same crazy shit as down here'. Bij de fietswinkel aangekomen, nemen we afscheid. Hij levert ons over aan een assertief verkoopstertje dat in veilingtempo de smallprint van het contract voorleest en eindigt met ‘do you have any questions?’ Neen dus. We geven onze identiteitskaart als borg. Buiten staat een leger Latino’s met inbussleutels en op het zicht stellen ze je zadel op de goede hoogte en kijken of de banden hard genoeg staan. Na twee straten fietsen we op Madison. De Flandriens tegen de Yellow Cabs.

Madison Avenue, quiet Sunday (FDC)

donderdag 12 november 2015

John D. Junior

New York – 23/8/2015 –  Als je door New York stapt zijn geld en macht nooit ver weg. Zo komen we ook langs het Rockefeller Center, een hoogbouwcomplex  uit 1933.  John D. Rockefeller maakte fortuin met olie en werd zo machtig dat de Amerikaanse staat hem verplichtte aan het begin van de vorige eeuw zijn bedrijf Standard Oil op te splitsen. Exxon Mobil, BP en Chevron zijn er nog de nazaten van. Het is echter zijn zoon John D Rockefeller jr. die het Rockefeller Center liet bouwen vanaf 1929. Wij gaan naar Top of the Rock, het observatiedek van de GE-building. Met zijn 259m weliswaar lager dan de 381m hoge Empire State maar wel in prachtige art-deco. Alleen de pompeuze inkomhal voelt eerder nationaalsocialistisch aan. Hier jaag ik nu zeker een paar mensen mee op stang, maar de muurschilderingen van werkende, gespierde mannen doen me eerder denken aan Arno Breker, de beeldhouwer die in de nazitijd beroemd werd met zijn classicistische, krijgshaftige beelden. Het is gelukkig wel de enige keer tijdens het bezoek dat ik dit gevoel krijg. Op het dek zien we voor het eerst New York vanuit de hoogte. Adembenemend veel beton steekt af tegen een lucht waarin de zon langzaam ondergaat. Het opstijgend stadslawaai bereikt vertraagd en gedempt onze oren. We zien de Hudson en Ellis Island. Vlakbij heeft Lady Liberty de fakkel stevig vast. Onder ons zien we alle andere achttien gebouwen van het Rockefeller Center. John D. junior startte met de bouw in 1929 en door de crisis moest hij het hele project zelf financieren. Het grootste privé bouwproject ooit stelde in volle Great Depression 40 000 mensen tewerk. Neen, John D. jr. liet zijn geld niet beschimmelen.

Inkomhal GE-building, Rockefeller Plaza 30 (FDC)

maandag 2 november 2015

Tailgate Party

East Rutherford, New Jersey – 22/8/2015 – Geen Amerika zonder Football en dus gaan we vandaag naar een pré-season wedstrijd in het nieuwe Met Life Stadium. Het stadion, dat in 2010 geopend werd, kan je met de bus van de Port Authority Terminal bij Times Square op een halfuurtje bereiken. Je moet er de Hudson en de Hackensack rivers voor oversteken en krijgt gratis een prachtig zicht op Manhattan. De wedstrijd start om 19u30 maar we zijn al een paar uur te vroeg ter plaatse. Op de parking is een tailgate party aan de gang. Supporters rijden hun auto’s met de koffers naar mekaar en daartussen maken ze een gezellig plekje om te barbecueën. Ondertussen gooien ze wat met een voetbal, lachen luid, drinken Bud Light en eten burgers en chicken wings. Het orkest van de New York Giants speelt op de parking en zweept de supporters op. Vanavond geven de Jacksonville Jaguars de Giants partij. Wij praten wat met een gespierde kerel die in ontbloot bovenlijf wat ballen gooit met zijn zoontje. Hij leert ons gauw hoe je die eivormige bal moet vastpakken. Wijsvinger op de veters, of waar vroeger bij lederen ballen de veters zaten. Nu zitten ze ook in plastic op de bal gegoten. We gooien een paar keer en het gaat vrij goed en het is bovendien nog leuk. ‘Wow, natural talents’, roept de spierbundel. Amerikanen zijn altijd enthousiast. Een VIP arriveert in een zwarte geblindeerde limousine en rijdt het stadion binnen. Beyoncé hoop ik. Bij de security blijken onze rugzakjes te groot. Geen probleem, bewaakte bewaring is voorzien. We eten hot dogs en friet en drinken Coors. Op het blikje staan de Rockies en die veranderen van kleur als het bier erin koel genoeg is om te drinken. Het stadion, dat plaats biedt aan 82000 mensen, loopt langzaam vol. Velen in blauw-witte Giant T-shirts, compleet met naam en nummer van de speler. Er schijnt ook een Beckham te zijn. Op het kunstgras warmen de ploegen zich op. Allemaal kleerkasten met helmen. De muziek staat luid, de installatie is van een uitzonderlijke kwaliteit, de bassen laten je borstkas trillen. Op reuzenschermen zie je elk detail. Plots vuurwerk en daar zijn ze. De wedstrijd start flitsend maar het wordt snel duidelijk dat pré-season aftasten is, niemand wil zich pijn doen voor het komende seizoen. Het spel ligt om de haverklap stil, terreinwinst gaat moeizaam, geen spectaculaire touchdowns… Giants winnen en iedereen tevreden naar huis. Voor ons is er nog een epiloog. Mijn maat vergeet zijn portefeuille en moet terug. Moeilijker dan football, zo blijkt. Gorilla’s van de security vinden het verdacht en kijken wantrouwig. Ik weet niet of ze echt gevaar kunnen inschatten en altijd juist oordelen, maar afschrikken doen ze wel goed. Na wat heen en weer komt een opgelucht man MET portefeuille weer buiten. Nu nog zijn echtgenote weer aan zijn kant krijgen en de avond is geslaagd…

Mijn thuis is waar mijn Bud staat (FDC)

woensdag 28 oktober 2015

The happy few

New York – 23/8/2015 – In Autumn in New York zingt Billie Holiday:  ‘Glittering crowds and shimmering clouds in canyons of steel, they're making me feel, I'm home’. Ik zal me tijdens ons verblijf in New York nooit thuis voelen, hoe hard ik ook probeer. Dit is London of Parijs maal tien. Tien keer meer lawaai, stank, file, overbevolking en altijd die verdomde sirenes. In Tribeca, waar wij overnachten, zie je nog het verschil tussen dag en nacht. Op andere plaatsen niet en al zeker niet op Times Square. Op vele wolkenkrabbers wordt nog een verdiep bijgebouwd, zo groot is de vraag naar vierkante meters in Manhattan. Hoe hoger, hoe rustiger. In New York money is made by people who already have money. Rijke Amerikanen maar ook een transnationale elite prijzen iedereen uit de stad. In de subway zie ik de vermoeide zwarten en hispanics die naar een huis ver buiten de stad pendelen. Als je geluk hebt, word je in de juiste wieg geboren…

Fifth Avenue, rich man's world (FDC)