New York, 23/8/2015 – ‘Niets saaier dan het platteland’, zei een
goeie vriend van mij ooit. ‘Ken je één goed idee dat aan het brein van een
eenzame buitenmens is ontsproten?’, voegde hij eraan toe. De baarmoeder van de ideeën
is dus de stad. Daar komen veel mensen samen en die moeten van alles bedenken
om elkaar de kop niet in te slaan op die beperkte oppervlakte… Appartementen, want in huizen kan te weinig
volk. Voetpaden, want je moet de paardenkarren scheiden van de voetgangers. Rioleringen,
want anders gaat het stinken. En regels, véél regels. Als dat er allemaal is, denkt
de stadsmens na over kunst, politiek en filosofie. De stadsmens verveelt zich
gauw. Hij wil musea en theater, af en toe een concert of een voetbalmatch.
Sport spruit eveneens voort uit verveling, want een buitenmens kruipt na gedane
arbeid snel in zijn alkoof. Hij heeft geen tijd om spelletjes te bedenken. New
York echter is één groot circus, waarin de artiesten overdag moeiteloos het
geld van de straten scheppen om zich daarna zinledig bezig te houden met joggen en fietsen.
De meer getalenteerden met MBX’en, slacklining en freerunning. Liefst met een
GoPro op de borst of het hoofd. Een groepje freerunners kruist ons pad op
zondag. Vier mannen ‘all muscle and nerve’ en één bevallig meisje met een
inkijk die in Amerikaanse tv-series normaal met zwart wordt overplakt. Een paar
minuten later zal ze zich flikflakkend over de straatstenen voortbewegen… Wij staren bewonderend, maar de New Yorkers
genieten van hun zondagsrust en kuieren emotieloos voorbij de zoveelste
excentriekelingen in hun circus.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten