donderdag 12 november 2015

John D. Junior

New York – 23/8/2015 –  Als je door New York stapt zijn geld en macht nooit ver weg. Zo komen we ook langs het Rockefeller Center, een hoogbouwcomplex  uit 1933.  John D. Rockefeller maakte fortuin met olie en werd zo machtig dat de Amerikaanse staat hem verplichtte aan het begin van de vorige eeuw zijn bedrijf Standard Oil op te splitsen. Exxon Mobil, BP en Chevron zijn er nog de nazaten van. Het is echter zijn zoon John D Rockefeller jr. die het Rockefeller Center liet bouwen vanaf 1929. Wij gaan naar Top of the Rock, het observatiedek van de GE-building. Met zijn 259m weliswaar lager dan de 381m hoge Empire State maar wel in prachtige art-deco. Alleen de pompeuze inkomhal voelt eerder nationaalsocialistisch aan. Hier jaag ik nu zeker een paar mensen mee op stang, maar de muurschilderingen van werkende, gespierde mannen doen me eerder denken aan Arno Breker, de beeldhouwer die in de nazitijd beroemd werd met zijn classicistische, krijgshaftige beelden. Het is gelukkig wel de enige keer tijdens het bezoek dat ik dit gevoel krijg. Op het dek zien we voor het eerst New York vanuit de hoogte. Adembenemend veel beton steekt af tegen een lucht waarin de zon langzaam ondergaat. Het opstijgend stadslawaai bereikt vertraagd en gedempt onze oren. We zien de Hudson en Ellis Island. Vlakbij heeft Lady Liberty de fakkel stevig vast. Onder ons zien we alle andere achttien gebouwen van het Rockefeller Center. John D. junior startte met de bouw in 1929 en door de crisis moest hij het hele project zelf financieren. Het grootste privé bouwproject ooit stelde in volle Great Depression 40 000 mensen tewerk. Neen, John D. jr. liet zijn geld niet beschimmelen.

Inkomhal GE-building, Rockefeller Plaza 30 (FDC)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten