New York – 23/8/2015 – Als je door New York stapt zijn geld en macht
nooit ver weg. Zo komen we ook langs het Rockefeller Center, een hoogbouwcomplex uit 1933. John D. Rockefeller maakte fortuin met olie en
werd zo machtig dat de Amerikaanse staat hem verplichtte aan het begin van de
vorige eeuw zijn bedrijf Standard Oil op te splitsen. Exxon Mobil, BP en Chevron zijn er nog de nazaten van. Het is echter zijn zoon John D Rockefeller jr.
die het Rockefeller Center liet bouwen vanaf 1929. Wij gaan naar Top of the
Rock, het observatiedek van de GE-building. Met zijn 259m weliswaar lager dan
de 381m hoge Empire State maar wel in prachtige art-deco. Alleen de pompeuze
inkomhal voelt eerder nationaalsocialistisch aan. Hier jaag ik nu zeker een
paar mensen mee op stang, maar de muurschilderingen van werkende, gespierde
mannen doen me eerder denken aan Arno Breker, de beeldhouwer die in de nazitijd
beroemd werd met zijn classicistische, krijgshaftige beelden. Het is gelukkig
wel de enige keer tijdens het bezoek dat ik dit gevoel krijg. Op het dek zien
we voor het eerst New York vanuit de hoogte. Adembenemend veel beton steekt af
tegen een lucht waarin de zon langzaam ondergaat. Het opstijgend stadslawaai bereikt
vertraagd en gedempt onze oren. We zien de Hudson en Ellis Island. Vlakbij
heeft Lady Liberty de fakkel stevig vast. Onder ons zien we alle andere achttien gebouwen
van het Rockefeller Center. John D. junior startte met de bouw in 1929 en door
de crisis moest hij het hele project zelf financieren. Het grootste privé
bouwproject ooit stelde in volle Great Depression 40 000 mensen tewerk. Neen, John D. jr. liet zijn geld niet beschimmelen.
| Inkomhal GE-building, Rockefeller Plaza 30 (FDC) |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten